Deze column is geschreven voor het Polderhuisblad nr. 91/2021

Na ‘oant moarn’ is ‘it kin nèt’ hoogstwaarschijnlijk de bekendste Friese kreet. Afgelopen winter startte de discussie over het al dan niet doorgaan van de tocht der tochten eerder dan normaal. Al ver voor de temperaturen onder nul waren, kwamen de speculaties op gang. Dit jaar was het niet eens de vraag of we genoeg ijs zouden hebben, maar meer of het verantwoord was om een grootschalig evenement door te laten gaan in tijden van een pandemie. Hoe kouder het werd, des te verhitter de discussies. Wel een tocht, maar dan zonder publiek. Alleen voor de wedstrijdrijders, met uitsluitend Friese toeschouwers… Nagenoeg alle variaties kwamen aan bod. En ook in dit geval stonden de beste stuurlui waar ze doorgaans staan. Uiteindelijk werd er geschaatst, maar dan alleen op de plaatselijke schaatsbanen, door de kinderen met de heiten, mems, pakes en beppes op verantwoorde afstand.

Na het ijs en de sneeuw kwam de zon, daarna kwamen regen en storm en terwijl ik dit typ fluitend de vogels en is er zowaar wat blauw in de lucht boven ons pittoreske dorp. De lente nadert met rappe schreden en zo halverwege maart betekent dat in Friesland dat de mensen zich op gaan maken voor het vaarseizoen. Een stille opwinding die mij altijd doet denken aan de weken voor Camping de Boomgaard opende. De camping waar ik heel veel jaar met ontzettend veel plezier op de receptie werkte. Zowel voor de ‘crew’ van De Boomgaard, als voor de gasten, was de dag van de jaarlijkse opening een om reikhalzend naar uit te kijken.

Ook hier in huis begint het te kriebelen. Toen de dooi had ingezet vroeg Nelson of zijn bootje al het water in kon. Vorig jaar kreeg hij, net als elk Fries kind dat aan het water woont, voor zijn verjaardag een motorbootje. Een van dermate bescheiden formaat dat een kind van negen hem prima alleen kan besturen. De dag dat zijn boot het water in kan en het vaarseizoen in Friesland opent komt dichterbij. Net als de dag dat de gasten van De Boomgaard weer richting de Domineeshofweg rijden. En, waar we met zijn alleen ook aan toe zijn, de dag dat we een glaasje drinken op een van de vele terrassen die Westkapelle rijk is!

’t Is een kwestie van geduld, zingt Rowwen Hèze, rustig wachten tot de dag. Wachten op succes en op een de mooie dag, dat ik in de zon in mijn zeilboot lag…

It giet oan!